Innovatieve monitoringsmethoden

27-04-2015 | Artikelen | Algemeen | Schrijver: Ingmar Boersma
Recent organiseerde Sportvisserij Nederland -voor de 45e keer alweer- het Vissennetwerk. Een symposium, meestal in het teken van visstand of visstand-beheer. Namens de SNB en op basis van mijn uitgebreide ervaring met visstand-beheer was ik daarbij aanwezig en het was weer een zeer interessante bijeenkomst.
 
Het thema was deze keer “Innovatieve monitoringsmethoden”.
Simpel gezegd werd er een aantal nieuwerwetse methoden besproken waarmee je de visstand kunt beoordelen. Hieronder geef ik in het kort de meest interessante zaken weer:
 

Duikend bemonsteren
Duikend bemonsteren
Met duikbril en zaklamp

De eerste twee presentaties gaan over duikend vissen (Joost Bergsma) en zaklamp monitoring (Geert Timmermans). Op deze twee manieren vang je geen vis, maar je bekijkt ze alleen maar. Duikend vissen, met inbegrip van snorkelen, kan steeds beter in ons helderder wordende water. Het levert een goede methode op, die echter wel beperkingen heeft. Je ziet maar een beperkt aantal vissen en je kunt niet overal duiken. Dat geldt nog in verhoogde mate voor zaklamp monitoring. Hierbij loop je in de donkere uren met een krachtige lamp langs de walkant en schijnt in de oeverzone in het water. Dit geeft gelijk de beperking aan omdat je slechts de zich in de oeverzone bevindende vis kunt vinden. Vooral kleine, beschermde soorten worden hiermee gespot. Beide methoden hebben als nadeel dat je lang niet alles meepakt maar een ontegenzeglijk voordeel is dat je de vis en zijn omgeving op geen enkele manier beschadigt.
Bemonstering met een zaklamp in het donker; heel spannend
Bemonstering met een zaklamp in het donker; heel spannend

 

Environmental DNA

Hierna volgen een tweetal zeer interessante en zeker qua onderwerp beslist vernieuwende presentaties van respectievelijk Wouter Patberg en Jelger Herder. Zij praten ons bij over DNA. Deze methode houdt simpel gezegd in dat je op een reeks punten in het water een watermonster neemt.
DNA-monsters uit het water halen
DNA-monsters uit het water halen
Dit watermonster ga je vervolgens onderzoeken op DNA-sporen van aanwezige vissoorten. Elke vis laat DNA-materiaal achter in het water waarin hij leeft. Dit kan zijn door afzetting van schubben, slijm of uitwerpselen. Beide heren vertellen dat je ongeveer twintig meter rondom de “monsterlocatie” met een behoorlijke zekerheid aan de hand van DNA-sporen de aanwezigheid van bepaalde vissoorten in een water kunt vaststellen. Wil je op een stuk van zeg maar 200 meter een steekproef nemen, dan neem je elke twintig meter een watermonster en heb je er dus tien nodig. Dit gebeurt ook met de meer gangbare bemonsteringsmethoden zoals elektrisch vissen of vissen met een zegen. Daar neem je ook een steekproef van een bepaald stuk water. Bij de DNA-methode is ook weer het grote voordeel dat je de vis niet vangt en dus ook niet beschadigt. Nadeel van deze methode is dat je wel de soorten en ook de dichtheid aardig kunt bepalen, maar dat je geen inzicht krijgt in de lengteklasse en de groei en ontwikkeling van de vis.
 

Het gemaal Kadoelen
Het gemaal Kadoelen
Zenders en beelden

Rik Beentjes vertelt ons, ondersteund met beelden, over de bemonstering van een passage bij Gemaal Kadoelen door middel van een camera-opstelling. De vis moet hier door een smalle opening zwemmen om de passage te passeren en in die opening is een camera geplaatst. We zien palingen, voorns, bleien en snoekbaarzen langskomen.
Een paling zwemt door het camerabeeld
Een paling zwemt door het camerabeeld
De camera die gebruikt werd
De camera die gebruikt werd
De constructie van de camera
De constructie van de camera

Remko Verspui vertelt ons over de monitoring door het in de buikholte plaatsen van zenders. Door langs het vermoede traject “luisterpunten” te plaatsen kun je volgen waar de vis zich bevindt. Nadeel hier is dat het vrij duur is en dat je slechts enkele individuele exemplaren kunt volgen.
Een karper wordt uitgerust met een zender
Een karper wordt uitgerust met een zender
Zo wordt de hudrofoon bevestigd voor het uitluisteren
Zo wordt de hudrofoon bevestigd voor het uitluisteren
Een meerval wordt van een zender voorzien
Een meerval wordt van een zender voorzien

 

Luisteren naar vis

Een zeer boeiend verhaal vind ik zelf de uitleg van Baudewijn Odé. Hij vertelt over het lokaliseren van vissen door het luisteren naar hun geluiden. Vissen maken geluid. Over het hoe, wat en wanneer is nog niet veel bekend, maar hij laat enkele voorbeelden horen waaraan je een vissoort onmiskenbaar kunt herkennen. We horen klokkende geluiden van baars en even later het nog veel zwaarder klinkende klokken van meerval. Ook brasem en karper hebben hun specifieke “sound” maar heel bijzonder vond ik het “zweepslag-achtige” geluid van jagende snoekbaarzen. Of alle soorten geluid maken, wanneer en waarom ze dat doen, weten we (nog) niet, maar interessant is het wel. Hoe mooi zou het niet zijn als je een onderwatermicrofoon overboord hangt en even later roept: “Daar jongens, daar moeten we zijn, iets naar achteren, daar jaagt snoekbaars”.                                         Neem van mij aan dat je hiermee iets kunt, want geluid draagt ver onder water. Ik ben beslist van plan er iets mee te gaan doen.
 
Al met al was dit weer een leuke bijeenkomst met nieuwe inzichten. En de netwerkborrel achteraf heeft ook weer een paar nuttige contacten opgeleverd.
 

Deel deze pagina